De fabrikage van Schaatsen rond 1940; deel 1

Het is winter en het sneeuwt, terwijl ik dit schrijf, en dus de juiste omstandig heden om even het maken van schaatsen zoals het vroeger ging aan de orde te stellen. Helaas heb ik niet het genoegen om het maken van schaatsen van dichtbij mee te maken. Maar gelukkig is het ontstaan van schaats bewaard gebleven en wil ik het hier door geven.

Daar worden uit de gedroogde “posten” (zware stukken hout) de schaatshouten gezaagd. De eerste behandeling. Hierbij moet er op gelet worden, dat de “draad” van het hout niet parallel loopt met de gleuf, waarin het ijzer komt te zitten. Waar die parallel wel optreedt, loop het hout gevaar te splijten. Het schaatshout ondergaat 21 bewerkingen. De methode van Nooitgedagt wijkt af van die van andere bedrijven. Dáár krijgt de werkman twee ijzers en twee schaatshouten, waarvan hij een paar schaatsen moet maken. Hier bij Nooitgedagt verricht de werkman slechts één bewerking, waarna hij het schaatshout aan een ander door geeft. Eén man zaagt de gleuf in het hout, daarna komt het werkstuk bij iemand anders, die er opnieuw een handeling aan verricht, om het daarna op zijn beurt weer aan een derde door te geven, en zo vervolgens.

foto1

Het fijne beukenhout uit de Karpaten ( Een gebergte in Midden-Europa, en vormen een half cirkelvormige keten met een lengte van bijna 1500 km en een breedte van 100 tot 350 km), komt eerst terecht onder de cirkelzaag, die de gleuf in het schaatshout trekt. Dan brengt de lintzaag er het gewenste model aan, waarna het hout van hand tot hand gaat voor de verdere behandelingen: steken, rond schaven en beitelen. In de montage-afdeling verzamelt men de gereedgekomen schaatshouten en de voltooide schaatsijzers: daar worden de schaatsen dan in elkaar gezet. Waarover straks verder nog. Het schuren van de schaatshouten was toen een huisindustrie. Dit is een eenvoudig werkje, waarmee menigeen nog een aardig loon verdiend.

Nu een kijkje in de smederij, waar het schaatsijzer tot stand komt. Ook hier dezelfde methode. Voorheen maakte de smid te IJlst het schaatsijzer geheel gereed: blaasbalg, aambeeld en slijpsteen waren de werktuigen, met behulp waarvan het schaatsijzer gemaakt werd. Tegenwoordig staan smeedovens en stoomhamer voor deze arbeid ter beschikking. Ieder der smeden verricht aan het ijzer één bewerking.

foto2

Goed geteld ondergaat het schaatsijzer 22 bewerkingen. Het schaatsijzer moet tegen slijtage bestand zijn; daarom mag het niet voor 100 procent uit ijzer gemaakt zijn. Het onderstuk is van staal, dat op het ijzer geweld wordt. Vroeger moest de smid zelf het staal op het ijzer wellen. Al sedert jaren is die noodzaak vervallen, omdat het staal-op-het-ijzer-geslast door het buitenland geleverd wordt. Alleen tijden de wereldoorlog moest Nooitgedagt deze arbeid opnieuw zelf verrichten, daar in die jaren de buitenlandse firma’s het artikel niet tegen courante prijs konden leveren. Dat bracht evenwel geen bijzondere moeilijkheden mee, omdat het bedrijf voor deze lasarbeid (voor zover schaaf- en steekbeitels betreft) uitstekend was ingericht.

Eerst wordt het schaatsijzer op de gewenste maat geknipt. Daarna worden de volgende handelingen verricht: voor-smeden; achteruit-smeden; kopjedraaien; vijlen van het pennetje; ronding aan het model geven; op lengte ponsen; het “rechten” van het ijzer in weeken toestand; het plat slijpen van het ijzer. Vervolgens wordt het ijzer “gehard”. Dit onderdeel van het werkproces is in de loop der jaren grondig veranderd. Moest vroeger de “harder” (de man die het “harden” van het ijzer verricht) maar op het gezicht vaststellen, wanneer het ijzer heet genoeg voor onserdompeling in het water geworden was, tegenwoordig leest hij dat juiste en zeer belangrijke moment van de z.g. pyrometer af. Van vergissen of andere subjectieve invloeden is thans geen sprake meer. Men kan er nu staat op maken, dat alle ijzers even hard worden.

Na het “harden” volgen nog deze bewerkingen het “rechten” van het ijzer in harden toestand; het boren van gaten in het ijzer; daarna wordt het ijzer geslepen. De methode van het slijpen is van de Duitsers uit Remscheid overgenomen. In de slijperij draaien grote zandstenen van 2,60 meter diameter.

foto3

De oude methode bestond in het met de handen drukken van het schaatsijzer tegen de wentelende steen. Tegenwoordig word dit drukken met de knieën gedaan. De slijpers staan, gesteund door schuin opgestelde planken, dicht bij de steen. Hun knieën zijn beschermd door een omkleedsel van hout, en daarmee drukken zij het ijzer op de draaiende steen, hetgeen veel minder vermoeiend is dan wanneer dit werk met de handen wordt gedaan. Alle schaatsijzers moeten aan de rechter- en aan de linkerkant worden geslepen, uitgezonderd de ijzers van de kunstschaats, die vlak geslepen worden, opdat de schaatsenrijder er mee in het rond kan draaien.

Gerelateerde berichten

U kunt geen reactie plaatsen.