Speelgoed

speelgoed-01De economische crisis aan het begin van de jaren 30 van de vorige eeuw eiste inventiviteit van de IJlster schaatsen en gereedschappenfabrikant. De verkoop van hun specialiteit; schaven, beitels, werkbanken en schaatsen liep drastisch terug. De werknemers vreesden ontslag. Toch moest er brood op de plank bij de ruim 100 gezinnen van de arbeiders. Omstreeks 1933 kwam Jan jarigs Nooitgedagt met het plan om van afvalhout dat overbleef van de productie van schaatsen en gereedschappen speelgoed te maken.

In het begin was dit geen groot succes. Het waren geheel andere artikelen waarvoor men het gevoel miste. Men wist niet welk soort speeltjes gewild waren en hoe men zich op deze voor hen nieuwe markt moest begeven. Bovendien was ongewild en onbewust van het altijd met succes betreden pad, het produceren van kwalitatief hoogwaardige producten.

Al gauw besefte men dat ook speelgoed van deugdelijk hout gemaakt moest worden. Dat de keus op de productie van houten speelgoed viel had te maken met de aanwezigheid van machines en vakbekwaam personeel. Spoedig bleek dat het maken van speelgoed een vak apart was. Het speelgoed moet n.l. verantwoord zijn, het kind moet het leuk vinden en de ouders moeten het willen kopen.

Keurig was het speelgoed wel, maar echt goed waren ze nog niet. Concurrerend daarentegen waren ze wel, zelfs te erg! Ze waren te goedkoop en dat is ook niet goed. Hier stond men voor een raadsel, men vroeg zich af waar het eigen inzicht te kort schoot. Maar als men open staat en toegankelijk is voor de mening van een ander, die het wel kan weten, dan wordt de goede weg toch weer gevonden.

In de jaren 1933 tot 36 maakt men kennis met een Duitse vertegenwoordiger, die wist wat er in dit opzicht gevraagd werd. Het was de heer J. van Wesel, die men later (1-1-1939) ook in dienst nam. Deze man had feeling voor dit vak, was enthousiast en kennis van zaken. Met zijn rijke ervaring werkte hij er aan mee, dat de naam Nooitgedagt ook een begrip werd in de speelgoedwereld. Hij kwam met nieuwe ideeën en droeg er mede zorg voor, dat het speelgoed voldeed aan de eis die de consument hieraan stelde. Het speelgoed moest sierlijk en tegelijk doelmatig zijn en ook door zijn spreekwoordelijke sterkte de grootste onderzoekdrift van de kleuters kunnen weerstaan.

Het Nootgedagt speelgoed kwam op de markt en veroverde die!

Het was iets anders en had een eigen stijl, de naam Nooitgedagt waardig. De roemruchte traditie werd ook met de productie van speelgoed voortgezet! Nooitgedagt speelgoed werd niet alleen voor ons land gemaakt maar ook geëxporteerd naar vele landen. Toen uiteindelijk de juiste formule was gevonden gingen duizenden blokkendozen, auto’s, bussen, paardjes, olifantjes, eendjes, konijntjes, bootjes, treintjes enz. naar huiskamers over een groot deel van de wereld.

Door de opkomst van plastic speelgoed en vooral concurrentie uit de Oostbloklanden werd de productie van speelgoed in 1975 gestopt.